Als een stemmetje in je hoofd zegt wat je moet doen

Op haar 14e ontwikkelde Lotte een eetstoornis. Een stemmetje in haar hoofd nam haar keuzes over. Lees haar ontroerende verhaal hieronder.

Hoe zag je leven eruit voordat je ziek werd?

Voor ik een eetstoornis kreeg, anorexia nervosa, had ik heel weinig problemen en zorgen aan mijn hoofd. Ik was totaal niet bezig met mijn gewicht en uiterlijk. Ik was heel gelukkig met mijn leven. Ik deed dingen met veel plezier. Ik ging graag naar school, danste twee keer per week, sprak regelmatig af met vriendinnen. Het ideale leven eigenlijk. Ik heb een leuke kindertijd gehad. Ik groeide op in een warm gezin. Mijn ouders hebben altijd hun best gedaan om hun vier kinderen een goede thuis te geven. Daar ben ik dankbaar voor. Ik heb dan ook veel leuke herinneringen! Ik heb één broer en twee zussen. Ik ben het derde kind in het gezin. Ik was altijd iets voller dan mijn broer en zussen, maar ik stond er toen, gelukkig, nog niet bij stil. Ik kreeg soms wel eens een opmerking op school, maar ik trok me daar niet echt veel van aan. Ik was ook niet echt dik, ik was gewoon wat groter en breder gebouwd.


Ik ben altijd perfectionistisch geweest. Dat zit gewoon in mijn persoonlijkheid. Ik herinner me nog dat ik als kind heel graag kuiste, omdat alles er netjes moest uitzien. Mijn ouders lieten me gewoon doen. Ze zagen daar niks verkeerd in. Maar als ik nu terugkijk, besef ik dat er op een gegeven moment een stemmetje was die zei dat ik dat moest doen. Het kuisen ging van een leuke bezigheid naar een dwanghandeling. Iets waar ik zelf geen controle meer over had. Na een tijd is dat overgewaaid. Maar de ‘bekende stem’ was dus van kinds af aan al aanwezig. Het uitte zich gewoon op een andere manier.




'De ‘bekende stem’ was dus van kinds af aan al aanwezig. Het uitte zich gewoon op een andere manier.'



Wanneer merkte je dat er iets écht niet goed zat?

Alles begon in de zomer van 2015. Ik ging toen naar het derde middelbaar. Mijn oma had kanker, en zou het niet overleven. We hadden een reis naar Italië gepland en enkele dagen ervoor overleed mijn oma in het ziekenhuis. Alles werd opeens zo donker. Ik had geen echt afscheid meer kunnen nemen van haar. Dat was het eerste overlijden dat me echt raakte. Ik kon er niet echt met iemand over praten. Eigenlijk kon ik dat wel. Er staat namelijk altijd iemand voor je klaar. Maar ik wist gewoon niet hoe ik mijn gevoelens van verdriet kon verwoorden. Ook wou ik mijn ouders niet lastigvallen met mijn verdriet. Ze hadden zelf ook veel verdriet, dus konden ze het mijne wel mijden, dacht ik. Omdat ik alles opkropte, zocht ik naar iets om me toch ergens beter te voelen. Ik weet niet meer exact hoe het gebeurde, maar ik begon met afvallen. Ik begon op mijn eten te letten en stond dagelijks op de weegschaal. Het nummer op de weegschaal bepaalde hoeveel ik zou eten. Op een korte tijd verloor ik veel gewicht. Oké, nu is het genoeg denk je dan. Neen, dat was het niet. Ik dacht dat ik DE manier gevonden had om met gevoelens om te gaan. Maar vanbinnen maakte me het mij nog meer verdrietig en alleen.

Hoe was/Is die tijd voor jou?

Ik ging dus naar het derde middelbaar. Ik koos voor de richting Economie. Dit was vooral om bij een vriendin te zitten. Ik zat er eigenlijk niet op mijn plaats. Dit realiseerde ik me redelijk snel, waardoor ik me nog slechter ging voelen. Ik ontkende dat ik een probleem had. Ik was gewoon een beetje afgevallen zei ik tegen vriendinnen die opmerkingen maakten. Ook een lerares sprak me eens aan na de les. Ze vroeg of alles oké was. Ik zei dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Ik was na vier maanden zeker 15 kilo kwijt. En toch bleef ik voortdoen. Het stemmetje van in de kindertijd kwam weer naar boven. De stem maakte gebruik van mijn onzekerheid. Hij vertelde dat ik niet goed genoeg was. Door het stemmetje bleef ik ‘niet eten’ en vermageren. Deze keer waaide hij niet snel over. Hoe langer hij aanwezig was, hoe luider hij werd. Op den duur begon eten en gewicht mijn leven te beheersen. Ik was er non-stop mee bezig. Calorieën tellen, extra bewegen, in de spiegel kijken om te ‘checken’... Het kon zo niet verder.




'De stem maakte gebruik van mijn onzekerheid. Hij vertelde dat ik niet goed genoeg was.'




Ik begon op het internet te zoeken voor meer informatie. Ik kwam al snel anorexia nervosa tegen. Maar een eetstoornis, ik? Neen, dat is onmogelijk, dacht ik. Ik was dus al 15 kilo kwijt en at amper 1000 calorieën op een dag. Mijn ouders hadden echter niks door. Vooral omdat ze niet echt zagen hoeveel ik (niet) at. We ontbeten nooit samen en de lunch at ik op school. Enkel het avondeten aten we samen aan tafel. Mijn porties waren aan het verminderden uiteraard. Maar het stemmetje was slim genoeg om toch voldoende te nemen, zodat het niet zou opvallen. Zodat het ‘ons’ geheimpje bleef. Die ‘te grote’ avondmalen werden achteraf gecompenseerd (volgende dagen minder eten of meer bewegen). Ik neem het mijn ouders zeker niet kwalijk. Het is moeilijk om een mentale ziekte te zien. Toch hebben mijn ouders uiteindelijk aan de alarmbel getrokken. De eetstoornis vond het avondeten op den duur toch te veel. Hij zei dat ik vegetariër moest worden. Ik vertelde mijn ouders dat ik vegetariër wilde worden, maar ze gingen niet akkoord. Na een lange discussie, raapte ik al mijn moed bijeen en vertelde hun alles. We zijn meteen hulp gaan zoeken. Ik kreeg de diagnose anorexia nervosa en ging vrijwillig in opname. Ik zou mijn jaar elders afmaken.


Hoe gaat het nu met je?

Ik heb moeilijke jaren achter de rug. Ik ben uiteindelijk twee jaar in opname geweest. Na die opname heb ik een anderen eetstoornis ontwikkeld, boulimia nervosa. Het ging van extreem weinig eten naar extreem veel eten. Ik wou niet meer in opname, maar ik wist wel dat ik hulp nodig had. Ik vroeg aan mijn ouders om naar een psychologe te gaan. Het was een lange zoektocht om een psychologe te vinden waarmee ik een klik had. Ik wou het bijna opgeven, omdat ik nooit een vertrouwen vond. Het is belangrijk als je hulp vraagt, je de juiste hulp krijgt, van de juiste persoon. Zo zal niet elke psycholoog bij je passen. En dat is ook normaal! Het is een kwestie van blijven zoeken tot je met iemand een klik hebt. Dat is zo belangrijk. Zeker als je over persoonlijke dingen moet praten. Voor mij was dat tegen mensen die ik al lang kende (familie, vrienden), al moeilijk. Ik ben blij dat ik de hoop niet heb verloren, want uiteindelijk zat ik bij de juiste mensen. Mijn ouders vinden het goed dat ik nog op gesprek ga, want ze zien ook dat er nog moeilijke momenten zijn. Ze begrijpen niet altijd mijn eetstoornis, dus kunnen ze niet altijd het juiste advies geven. Dat ik van het ene extreme naar het andere extreme ben gegaan, kunnen ze niet vatten. Dat versta ik. Ik ben gewoon blij dat ze me steunen en graag zien en LUISTEREN. Ze hoeven het niet altijd te begrijpen, als ze gewoon luisteren en tonen dat ze er zijn. Een luisterend oor hebben doet meer dan je denkt.



'De eetstoornis vond het avondeten op den duur

toch te veel.'



Het was met vallen en opstaan. Maar dankzij voldoende steun van familie en vrienden ben ik erbovenop geraakt. Maar vooral omdat ik mezelf doorheen die jaren heb leren accepteren. Iedereen heeft mindere punten, waarom zou ik dat niet mogen hebben? Ik zit nu al zeker drie jaar op een gezond gewicht. Maar dat wil niet zeggen dat ik 100% genezen ben. Het gaat wel al stukken beter. De vele therapieën en gesprekken hebben zeker geholpen. Was ik niet vrijwillig in opname gegaan, dan weet ik niet waar ik op dit moment had gestaan. De eetstoornis (nu boulimia nervosa) is nog aanwezig, maar het beheerst niet meer mijn hele leven. Ik kan terug choco op mijn boterham smeren, en dat maakt me zo gelukkig! Ik kan terug genieten van eten, van de kleine dingen. Mijn eetstoornis pakte dit van me af, maar heb het teruggevonden. Ik zit momenteel aan mijn tweede jaar van journalistiek. Ik doe de opleiding heel graag. De eetstoornis neemt niet meer de bovenhand. Hierdoor is er terug zoveel mogelijk. Ik droom ervan om te werken aan reportages. Dat is het doel! Ik had een paar jaar geleden nooit kunnen denken dat ik nu aan het studeren zou zijn. Vooral omdat ik heel, heel diep heb gezeten. Ik zag op een gegeven moment niks meer zitten. Maar ik ben er sterker uitgekomen en hoop anderen te helpen door mijn ervaring te delen. Dat is ook de reden waarom ik dit nu aan het schrijven ben. Ik ben trots op mezelf! En dat voelt goed om te typen.

Wat zijn de levenslessen die je eruit hebt kunnen halen?


  • Dat het nooit goed genoeg is voor de eetstoornis, wat je ook doet. Het is een lelijke stem waar je niet moet naar luisteren. Hoe meer je ernaar luistert, hoe sterker hij wordt. Daar denk ik vaak aan als ik begin te twijfelen bij etenskeuzes. En het helpt. Ik kan weer dingen eten die ik graag eet en neen, ik word er niet dik van! De eetstoornis is een valse vriend. Hij zegt leugens, dingen die niet waar zijn. In plaats van naar deze stem te luisteren, luister je beter naar de stemmen van echte vrienden, mensen die WEL om je geven. Degenen die je liefhebben zouden je nooit dwingen tot iets dat ongezond is. Ik heb geleerd hoe belangrijk familie en vrienden zijn, maar vooral hoe belangrijk het is om tegenslag en JEZELF te aanvaarden.


Lotte deelt haar ervaringen op deze Instagram pagina. Volg haar vooral!



Klik hier om meer bijzondere verhalen te lezen!

Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail dan naar info@venci.nl

De geïnterviewde: Lotte

Tekst en Interview: Tamara - www.venci.nl


27 keer bekeken

Jouw verhaal ook op de website of heb je andere vragen?

Neem Gerust Contact Op!

© 2020 by online psychologie & www.venci.nl