Wanneer smetvrees & dwang je leven overnemen

Emma ontwikkelde een ernstige vorm van smetvrees. Lees het hele verhaal hieronder.


Hoe zag je leven eruit voordat je ziek werd?

Het was 2013 en ik was 27. Het leven ging mij niet makkelijk af. Ik voelde mij anders dan de gemiddelde mens. Sinds oktober van 2012 werkte ik puur uit nood bij een callcenter, vijf middagen in de week. Het werk was werkelijk totaal niets voor mij. Wat had ik er een hekel aan om de hele tijd non-stop te praten tegen mensen die ik niet kende en hen ook nog eens dingen aan te smeren. Het moest maar. Het gaf me een beetje geld om van rond te komen ook al verdiende het niet veel. Naarmate de weken en maanden verstreken vond ik het werk steeds vreselijker worden. Sommige collega’s daar hielden me een beetje op de been, wat ervoor zorgde dat ik daar wel bleef komen opdagen.


Verder woonde ik op mezelf in Utrecht en had ik niet bepaald veel sociale contacten. De vraag, “Is dit het leven?” ging heel vaak door mijn hoofd heen. Moet ik altijd maar dingen tegen mijn zin in doen? Is het normaal dat ik geen vreugde of positiviteit ervaar? Hebben anderen dit ook? Is dit hoe het gaat zijn de rest van mijn leven? Aan de ene kant wilde ik stoppen met het callcenterwerk, aan de andere kant was ik maar al te bang voor het zoveelste zwarte gat. Wat moest ik dan weer doen? Het lukt me maar niet om geschikt werk te vinden. Het was altijd één grote worsteling bij mij.


''Meestal was ik aan het overleven in plaats van aan het leven.''



Wanneer ontdekte je dat OCD & Smetvrees had?

Ik merkte dat ik echt ziek was toen ik niet meer op een rustige en normale manier de was kon ophangen. Een gemiddeld mens haalt de was uit de machine en hangt deze was één voor één op. Ik twijfelde bij alles. De waslijn was niet schoon genoeg en moest schoongemaakt worden. Ook twijfelde ik eraan of de wasmachine het echt nog wel goed deed. Waren mijn kleren er wel schoon genoeg uitgekomen? Ik kon niet meer op een normale manier de was ophangen.


Ik had alleen maar nare gedachten. Het zorgde er zelfs voor dat ik soms de was die net uit de machine kwam, niet durfde op te hangen en weer terugdeed in de machine. Mij achterlatend met een heel erg rot gevoel. Een gevoel dat ik bijna niet kan beschrijven. Als ik dit al niet eens meer kon doen zonder volledig in paniek te raken, wat dan wel? Wat gebeurde er met mij?


Langzamerhand kwamen er steeds meer handelingen bij. Over steeds meer dingen ging ik heel diep en zorgvuldig nadenken. Ik ging steeds vaker mijn handen met zeep wassen. Ook gooide ik kokendheet water van de waterkoker over de kraanknoppen heen. Dan had ik het idee dat ze pas echt goed schoon waren. In juli 2013 werd ik ook nog eens ontslagen bij het callcenter omdat er te weinig projecten waren waar ik voor kon bellen. Waar dit aan de ene kant een opluchting en verademing was, raakte ik ook al snel in paniek. “Oh nee, ik zit weer zonder werk.” “Help, wat een ellende”, is wat ik dacht. En nu? Op zich kan ik wel wat hebben maar dit nieuws deed heel erg veel met me. Het was niet het einde van de wereld maar zo voelde het wel. Ik voelde me gebroken. Nog nooit was ik echt gelukkig geweest. Meestal was ik aan het overleven in plaats van aan het leven. Ik vond het leven maar stom en zwaar. Ik had vooral veel tegenslagen gekend en vroeg mij af wanneer deze eens op zouden houden.




''Douchen was al lang niet meer ontspannend. Het was een kwestie van een ritueel afwerken.''




Het zonder structuur komen te zitten zorgde er ook voor dat ik meer en meer ging nadenken over hygiëne. In de loop der tijd kreeg ik steeds meer nare gedachten erbij. Ik had geen rust meer in mijn hoofd. Hierdoor ook niet in mijn lichaam. Rustig voor de tv zitten en iets kijken was er niet meer bij. Ik schrok er zelf van. Waarom overkomt me dit? Hoe kan ik dit stoppen? Zelf probeerde ik de situatie onder controle te houden maar na een tijd moest ik aan mezelf toegeven dat dit niet meer ging lukken. Ik kon dit niet alleen, ik had hulp en steun nodig. Ik moest erover praten, over alles dat er in mijn hoofd omging.




''Elke dag was een gevecht tegen de dwang en smetvrees.''




Kun je me iets vertellen over de tijd dat je kampte met OCD en smetvrees?

Het was voor mij oprecht een verschrikkelijke tijd. Hier heb ik ook een boek over geschreven, ‘Storm in mijn gedachten’ dat binnenkort ook in het Engels zal verschijnen. Ik heb zoveel gehuild, ben zo vaak overstuur geweest, heb nachtmerries gehad en elke dag was een gevecht tegen de dwang en smetvrees.



Hoe uitte zich dat?

Ik ontwikkelde een angst en afkeer voor crèmes, olie en plakproducten. Ik waste mijn huid altijd op dezelfde manier en in dezelfde volgorde. Douchen was al lang niet meer ontspannend. Het was een kwestie van een ritueel afwerken. Tijdens het wassen van mijn haren heb ik vaak huilend onder de douche gestaan omdat het maar niet goed voelde. Nooit voelde iets goed, wat ik ook deed.


Ik droeg altijd een zijwaartse vlecht zodat er geen etensresten in mijn haar konden komen. Ik had mijn eigen waslijn in mijn slaapkamer waar niemand bij kon komen. Ik had controle nodig, heel veel controle nodig. Ik had een heel erg kort lontje en kon heel snel in paniek en overstuur raken. Het klopte niet meer in mijn hoofd. Niks klopte meer. Ik zette me altijd schrap voor de volgende slechte gebeurtenis. Hopende dat ik ooit weer een beetje beter zou worden en minder last zou hebben van de dwang. Het was een tijd waar ik niet graag aan terugdenk maar waar ik wel graag over vertel, om anderen steun te bieden en zich minder alleen te laten voelen. En om het taboe op mentale gezondheid te doorbreken. Om het meer bespreekbaar te maken. Daar zet ik me voor in.




''Ik had een heel erg kort lontje en kon heel snel in paniek en overstuur raken. Het klopte niet meer in mijn hoofd.''



Waar ben je hulp gaan zoeken?

Mijn moeder kwam langs en de volgende ochtend gingen we samen naar de huisarts. Toen ik vertelde waar ik allemaal last van had en haar mijn handen liet zien, schreef zij mij antidepressiva voor. Fluoxetine, dat schijnt te helpen bij dwang. Daarnaast kreeg ik Oxazepam voorgeschreven, een kalmeringsmiddel.


Ook moest ik gaan uitzoeken waar de wachtlijst het kortste was zodat ik zo snel mogelijk met therapie kon gaan beginnen. In januari 2014 was er plek voor mij. In de tussentijd ben ik één keer per week naar de crisisdienst gegaan als overbrugging. Daarnaast ben ik weer tijdelijk bij mijn ouders gaan wonen omdat alleen wonen niet verstandig was geweest. In januari startte ik met Cognitieve Gedragstherapie waarbij ook Exposure (blootstelling aan angsten) aan bod kwam.


Hoe gaat het nu met je?

Ik ben zo blij dat ik kan zeggen dat het nu zoveel beter gaat. Wat een verschil. Tijdens therapie heb ik geleerd hoe ik ermee om kan gaan en welke vragen ik mezelf bijvoorbeeld kan stellen, zoals: “Wat is het ergste dat er kan gebeuren?” & ‘Hoe reëel is deze gedachte?”


Mijn leven is weer leefbaar en dragelijk. Ik kan weer normaler functioneren. Het beheerst niet meer mijn hele leven. Het is echt een ontzettend groot verschil.


Toen was ik zo ziek en arbeidsongeschikt verklaard. Mijn leven stond in het teken van controle en hygiëne en dat was het. Nu is er weer ruimte voor meer, ruimte voor andere dingen. Drie jaar lang heb ik niet op reis naar het buitenland gekund, mede door mijn afkeer voor crèmes, daarna kon dit weer. Iets dat ik niet had gedacht.


Welke levenslessen heb je hieruit kunnen halen?

  • In mijn geval waren het denk ik vele slechte en nare gebeurtenissen die mijn spreekwoordelijke emmer lieten overlopen. Het ontslag bij het callcenter deed iets knappen in mijn hoofd. Het zorgde voor kortsluiting. Vanaf dat moment ging het steeds meer bergafwaarts. Ik denk dat iedereen zoiets kan overkomen. Je denkt, het zal mij niet gebeuren maar dat weet je nooit. Ik had al een hoop overwonnen maar toch kwam deze ziekte ook nog op mijn pad.

  • Ik heb geleerd dat het heel belangrijk is om over je gevoelens te praten. Dat het geen zin heeft om ze nooit te uiten. Het haalt je toch een keer in. Het kan zelfs opluchten als je vertelt waar je mee zit en waar je last van hebt. Het overgrote deel van de mensen heeft er goed op gereageerd. Als ze al iets dachten, was het: “Wat ontzettend rot dat je hier nu doorheen gaat en dit moet meemaken”. En zeker ook geen reactie zoals: “Wat doe jij nou voor rare dingen”. Dat zouden dan ook niet de juiste mensen voor je zijn. Dat zegt meer over hen. De juiste mensen zullen er goed en begripvol op reageren, dat weet ik zeker. Aan hen kun je je verhaal kwijt. Zij kunnen er voor je zijn.



'Storm in mijn gedachten'; het boek van Emma is via deze link te bestellen. Ook in het engels beschikbaar!

Wil jij ook jouw verhaal delen? Mail dan naar info@venci.nl




De geïnterviewde: Emma Poot

Tekst en Interview: Tamara van de Laar


60 keer bekeken

Jouw verhaal ook op de website of heb je andere vragen?

Neem Gerust Contact Op!

© 2020 by online psychologie & www.venci.nl